Jacob, als ik af ga op wat er
Geplaatst: 08 mar 2016, 15:50
Jacob, als ik af ga op wat er aan gegevens zeker is dan het volgende..vader is Willem Gerrits x met NNhun kinderen:Hendrik Nijboer x Reintje Egberts MeulenbeldLammert Willems x ?Willem Willems x Lubbigjen Egberts MeulenbeldIjda Willems x Arend Everts**Zwollerkerspel f15 - 13 feb 1773 - Richter E. Scriverius. Keurnoten Gerrit de Munnink en Jan Rensman. Verschenen zijn Arend Everts en zijn vrouw Ida Willems uit Herfte, marito tutore. Zij verklaarden om een welbetaalde somma van penningen bij dezen te cederen en in volledig eigendom over te dragen aan Zeijne Gerrits en zijn erfgenamen een halve morgen hooiland, Hagemans Land genaamd, ten westen het land van Hofman en ten oosten Schuttenheuvel, de erfgenamen van Muijden toebehorende, gelegen in Segdoorn onder dit kerspel van Zwolle, en zulks met het recht en de gerechtigheid, raad en onraad, vanouds daar toe en aan behorende.- Fredrik Ram, gerichtschrijver, zal op uitdrukkelijk verzoek van de comparanten dit voor dezen tekenen en zegelen.**Ng Zwolle10-03-1771 Hendrik Willems j.m. metReintje Engberts j.d. beijde in HerfteSG de vaderHG de moederNg Zwolleuit dit huwelijk:04-12-1771 Lubbert - Hendrik Willems en Reintjen Engbers Groote kerk**21-05-1769 Willem Willems j.m. te HerfteLubbegjen Engbers j.d. te HerfteS.G. sijn vaderH.G. haar moederConsent van de bruids vader moet inkomen. Is gebleken 1783 Ingeschreven Zaterdag 15 Feb., te Heino op gemelde dag ingeschreven - Willem Willems, wedr. van Lubbegien Engberts, in Herfte onder Zwolle, Maria Hendriks J.D. van het Dijks in Lenthe. Zijn getrouwt Zondag den 9 Maart 1782. [geen getuigen vermeld]. [RBSO 735 - f14/15].Zwollerkerspel f119 - Ten huize van Hendrik Nijboer te Herfte, 2 mei 1782 - Richter E. Scriverius.Keurnoten Gerrit Stegeman en Jan Hendrik Willems. Verschenen zijn Hendrik Nijboer en zijn vrouw Reijntjen Engberts, de eerste ziek [krank] te bed liggende en de laatste gezond van lichaam, en beiden bij goed blijkend verstand, zijnde zijn Reijntjen Engberts in dezen met Mercelis Jacobus Voscuil als momber gesterkt. Zij maken een testament als volgt.De testator stelt tot zijn erfgenaam zijn vader Willem Gerrits, maar [dog] niet verder als in de legitieme portie, deze volgens het recht competerende, en in al zijn verdere met de dood na te laten goederen, niets uitgezonderd, stelt, nomineert en institueert hij uit een conjugale affectie tot zijn enigste en universele erfgename zijn vrouw Reijntjen Engberts voornoemd, om daarmee te doen en te handelen als haar eigen. Verder legateert de testator aan zijn twee broers met namen Lambert en Willem Willems en aan zijn [desselfs] zuster IJda Willems ieder 100 Caroli gulden, na de dood van de langstlevende uit te keren.[ rest heb ik even weggelaten]Bovenstaande is niet volledig bij elkaar gezocht, vermoedelijk zijn er meer dopen van deze echtparen.**Albert Gerrits neemt een lening op van 1000 guldens volgens een akte in Dalfsen. Hij stelt daarvoor land als onderpand.Deze familie is dus niet armlastig.Ouders van Janna ...1718-06-05 - Deze volgende sijn met attestatie van elders aangekomen, alhier getrouwt - Beerendt Jansz Visscher J.M., en Janna Gerrits J.D., beiden te Emmen onder Dalfsen, alhier getrouwt den 5 Junij 1718 op attestatie van Dalfsen - Ondertr./tr. Zwolle, RBSO 729, f473. 1747-06-18 - Albert Gerrits, j.m., wonende bij Berent Jansen, met Janna Berents, j.d. in Emmen - sijn op attestatie van Dalfsen alhier getrouwt den 18 Junij 1747 - Ondertr./tr. Zwolle, RBSO 732, f551Dalfsen f34v-f35 dd.19-04-1765 Verw.Scholtus G. Bloemendal Keurnoten Pr.H. Kronenberg en Antonij van Hamel - Verschenen in de Gerichte Albert in den Visscher seggende voornemens te zijn zich weder te veranderzaten en zulks niet kunnende of willende doen en aleer aan zijne twee kinderen bij wijlen sijn huijsvrouw Janna Berents in egte geprocureert met namen Berent en Gerridina haar moederlijk goed hadde beweezen tot welke sijnde met de momberen derselve was over eengekomen dat de gemelte sijn twee kinderen daar voor boven haar moederlijk klederen linnen en silverwerk so deselve bereeds al genoten hebben en ontfangen, nog te bewijsen eene sa: van 35 gls aan ieder kind dus in t geheel seventig gls, dewelke penn: sij kunnen ijschen en genieten wanneer deselve komen te trouwen of ook 25 jaar oud zijn, vorders belooft den comparant een goede opvoeding na staats gelegenheid en so deselve kinderen bij een anderen kwamen te dienen en ziek of sugtig wierden zo zullen zij altijd in 't ouderlijke huis kunnen inkomen en aldaar verpleegd worden tot herstel toe.Verder zijn mede verschenen Willem Gerrits wonende te Harfte onder Zwolle en Gerrit Jansen voor Vegterweert te Emme welke verklaarden also met Albert in den Visscher te zijn over eengekomen, welke beijde hier meede tot momberen over voornoemde kinderen worden gesteld. Dalfsen f61-f61v dd.28-04-1766 Scholtus Jan Fabius Keurnoten Jan Baarslag en Gerrit WesselinkPersoonlijk in den Gerichte verschenen Albert Visser en .... [niet ingevuld] eheluiden tutore marito en verklaarden opregt en deugdelijk schuldig te wesen wegens opgenomen penningen aan Juffr. A.A. Rouse een capitale sa: van duisent car gls zeggen f 1000.- welke capitaal de comparanten beloven en aannemen te zullen verrenten met drie gelijke guldens van iedere hondert en wel tot de effectuele aflosse toe, welke zal kunnen en moeten geschieden wanneer 1/4 jaars voor de verschijndag de losse daarvan zal zijn aangekondigt, zo wel van rentgevers als renttrekkers, edog in val de interessen niet binnen drie maanden na den vervaldag zal worden betaalt zal ieder hondert met 3 1/4 gls verentet worden, voor welk capitaal en rente de comparanten stellen tot onderpand haar vijf mergen land waarvan drie mergen sijn gelegen op den Hogenweert onder 't kerkdorp van Dalfsen, oostwaarts aan belandet de Heer van den Berghe, westwaarts Jan Pouwels, noordwaards grensende aan de Vechte, en twee morgen op het Noordbroek in de buurschap Emmen gelegen oostwaarts an belandet Mevrouw Douariere van Staverden, ten westen Henrik Jansen, ten suijden de vrouw wed. Greven, ten noorden eene sloot die het scheid van bovengemelte drie mergen, sijnde vrij eigelijk allodiaal goed om in cas van wanbetaling voorschr: capitaal met de verlopene interessen van dien daaraan ten allen tijden kost en schadeloos te kunnen verhalen. In waarheids oirkonde hebbe ik scholtus desen getekent en gesegelt benevens den comparant uit beider naam.Actum Dalfsen den 28 April 1766.