Pagina 36 van 36
Re: Doop Joanna Schrijver te Zwolle periode 1720-1730
GeplaatstCOLON 27 Sep 2026, 11:14
door ria jongman
Juist. Dat was ook mijn redenatie. Halfzussen en broers kunnen wel erfgenaam zijn maar dan moeten ze vermeld worden in een testament. Maar volgens de wet dus niet automatisch.
Punt is wel dat jouw Janna van Zwolle komt. Oldebroek ligt wel aardig dicht tegen Zwolle aan, delen van Hattemerbroek is ook Oldebroek, toen al en nu weer opnieuw
Re: Doop Joanna Schrijver te Zwolle periode 1720-1730
GeplaatstCOLON 27 Sep 2026, 11:49
door Michiel van Heumen
corr
Verder zoeken in een boek dat in mijn eigen boekenkast staat en op internet levert een ander beeld op hetgeen ik op 27 september 2026, 11:02 , heb vermeld.
A.S. de Blécourt, Kort begrip van het oud-vaderlandsch burgerlijk recht, 5e druk 1939, p. 483-484, 489-490
Op de Veluwe gold aasdomsrecht of beter aasdomserfrecht. Er werd recht gesproken door schout, asing en geburen, en niet zoals bij schependomserfrecht door schout en schepenen. Het aasdomserfrecht ging volgens een gradueel stelsel. Het gold benoorden de Hollandse IJssel. [in Gelderland bestond aasdomserfrecht, specifiek op de Veluwe -ook in ambt Oldebroek-het landrecht van Veluwe]. Bij het oude aasdomserfrecht ging de nederdalende lijn vóór de opgaande lijn en deze vóór de zijlijn. In elke lijn sloot de naaste bloedverwant des erflaters den verderen uit. Ook lette men er in het aasdomsrecht niet op, van welke zijde het goed was gekomen, zodat een kind dat zijn vaders erfenis had ontvangen, deze deed vererven op zijn moeder en niet op zijn broers en zusters. Halve broeders en zusters des erflaters erfden in het oude aasdomsrecht als volle. Er was geen representatie; van daar het adagium: 't naaste bloed erft het goed. Een gradueel stelsel dus. Maar dit stelsel gold niet absoluut. Immers er was een volgorde der lijnen: eerst erfde de neerdalende, dan de opgaande, dan de zijlijn des erflaters. En dan ging in elke lijn volgens den graad en erfde het naaste bloed.
Inleidinge tot de Hollandsche rechts-geleerdheid, beschreven bij Huge de Groot. Met aanteekeningen van S.J. Fockema Andreau, deel II, Arnhem 1895.
Pagina 105-106\;
Boek II. Deel 28.
De rang van erfopvolging naar aasdomsrecht is de volgende: 1. Kinderen, met uitsluiting van kindskinderen, 2. Kindskinderen, met uitsluiting van achter-kleinkinderen, en zoo verder in de nederdalende lijn, 3. Ouders of langstlevende, met uitsluiting van grootouders, 4. Grootouders bij hoofden, 5. De naaste zijmagen, weer met dien verstande, datnallen, die even na zijn, gelijke deelen erven en de nadere de verdere uitsluiten. Zoo erven dus voor gelijke deelen b.b. heele en halve broeders en zusters, een oom- en een broederskind van den overledene. Zooals de Groot dus terecht zegt, de neerdalende lijn komt voor de opgaande en deze voor de zijlijn, terwijl in elke lijn de naaste erft.
De hoofdtrekken van dit aasdomsrecht vinden wij terug in Gelderland en Utrecht. Voor Gelderland zijn in deze te raadplegen…. Dat van Veluwe 1593 a. 251, 1604 C. 31…Dan komen alle hierin overeen, dat zij doen erven eerst de descendenten, dan de adscendenten en eindelijk die zijmagen; en ook hierin, dat zij heele en halve broers en zusters te gelijker deelinge roepen. Dit laatste wordt in de Veluwsche landrechten als “van olts gewoonlick”voorgesteld; in beide, zoowel als in het concept van 1565 wordt na de regeling der rangorde gezegd “doch alletyt de naeste in den bloede syn oeck die naeste in dem guede”. Ook het oudste stadsrecht van Zwolle a. 209 kent geene plaatsvervulling (vgl. Vollenhove I. 272) en stelt zijmagen van heelen en halven bedde voor het erfrecht op ééne lijn.
Samenvattend: uit de rekening in het scheepssoldijboek van Thomas Schrijvers kan men concluderen, dat ouders en grootouders niet meer in leven waren. Van de zijlijn waren de enige erfgenamen ab intestato de broers Jan en Peter Schrijver. Men kan verder concluderen dat hun halfzus Jannetje Schrijver naar alle waarschijnlijkheid niet meer in leven was, anders was zij "te gelijker deling geroepen" .
Ik houd nog een kleine slag om de arm dat volle broers volgens het Veluws landrecht "nader in het bloed" werden beschouwd als halfzussen en halfbroers, maar gezien bovenstaande uittreksels is dat m.i. niet van toepassing. Jannetje Schrijver was dus vóór 1746 overleden.
Re: Doop Joanna Schrijver te Zwolle periode 1720-1730
GeplaatstCOLON 27 Sep 2026, 21:23
door Michiel van Heumen
edit
bericht van vanmorgen fundamenteel gewijzigd + hier toevoegingen uit het proefschrift van Berns
J.L. Berns, Het landrecht van Veluwe en Veluwezoom van 1593; op nieuw uitgegeven en van aanteekeningen voorzien, academisch proefschrift Leiden 1884 (Google Books)
Pagina 98:
Ontwerp van 1565
184. Item wanneer ijemandt affsterfft ,
so sullen tot sijnen naegelaten guederen
succedieren die descendenten und gebreck
derer so sullen succedieren die opgaende
linien , die naeste syn und indien derer
noch geen voerhanden weren , so sullen
die in den tijdt vallen totter successien
geroepen werden. Doch alletijt die naeste
in den bloede sijn oeck die naeste in dem
guede . In allet vuytgesondert und voerbehalden
, dat die halffbroeders und halffsusteren
mit den vollen broeders und susteren
tot eenige derselffter achtergelaten
guederen tot gelijcker deilonge sullen admitteert
und toegalaten werden , als sulcx
van alt gewoentlick und dat die constitutio
van kintskinderen in plaetse oerer olderen
to succedieren in sijnen volcoemenen effect
verblijven.
’t Landrecht van 1593:
253. Und , indien daer oick geen
voerhanden weren , so sullen de
collateralen off sydtmagen tot de
successie des afgesturvenen geroepen
warden . Doch also dat de naesten
in den bloede , oick sullen syn
de naesten tot den guide
254. Waelverstaende , dat de halve
broeders und susters mit den vollen
broederen und susteren , tot derselver
overleden halver und voller broeders
off susters achtergelaten guider , tho
gelyker deilungh sullen geadmittiert
warden , wie sulx van olts gewoenlick.
Kortom, als Jannetje Schrijver in 1745 nog had geleefd, had ze als erfgename van Thomas Schrijver in de administratie van de VOC vermeld moeten worden.
Re: Doop Joanna Schrijver te Zwolle periode 1720-1730
GeplaatstCOLON 28 Sep 2026, 00:31
door Janny Lalkens
Michiel schreef:
Ook het oudste stadsrecht van Zwolle a. 209 kent geene plaatsvervulling (vgl. Vollenhove I. 272) en stelt zijmagen van heelen en halven bedde voor het erfrecht op ééne lijn. Einde citaat.
Compendium van het Overijssels recht vóór 1811 door E. D. Eijken, 2003/2006 posthuum uitgegeven en bezorgd door P. Brood en Js. Mooijweer nadat Mr. Eijken door een ongeval omkwam:
Blz. 453 met in de kanttekeningen veel verwijzingen naar De Blécourt: " Zo was de rangorde in Steenwijk en in Zwolle omstreeks 1400 enz. .....Halfbroers en -zussen erfden hier gelijk op met de andere kinderen." Daarna beschrijving van het aasdomsrecht. Bijv. dat vrouwen gelijk erfden aan mannen. In het zuiden van Holland en in Zeeland golden wat sommige situaties betreft andere regels.
Bij het aasdomsrecht erfden de kinderen van een overleden ouder niet van hun grootouder. Zij kwamen toen niet in de plaats van hun overleden vader of moeder. Later, in de loop van de 16e eeuw, wel, toen had je de representatie of ook wel plaatsvervulling genoemd. Zie ook Eijken blz. 454.
Representatie gold toen ook voor de zijlijn, dus voor nakomelingen van broers en zusters van de erflater, tot in het oneindige. Invoering in Overijssel na 1500. Stukje bij beetje, in opeenvolgende jaren.
Re: Doop Joanna Schrijver te Zwolle periode 1720-1730
GeplaatstCOLON 28 Sep 2026, 08:39
door Michiel van Heumen
Ja, dat boek van Eijken, ik was het tegengekomen, maar heb er geen toegang toe. Er moet natuurlijk nogal wat praktische kennis op dit gebied zijn onder de bezoekers van dit forum.
Oldebroek, 't ligt niet ver van Zwolle, maar vroeger Gelders en er gold het landrecht van Veluwe.
Moeilijk onderwerp om te vinden wat je zoekt. Veel moderne literatuur is nog niet direct toegankelijk. Slagen om de arm houden bij zoeken met AI.
Recht is voortdurend in verandering. Vroeger natuurlijk ook al.
Ik begrijp nu ook dat plaatsvervulling geleidelijk overal werd ingevoerd. Op dit punt -representatie of plaatsvervulling- een verschil met het landrecht van Veluwe uit 16e eeuw.
Overeind blijft m.i. dat Jannetje Schrijver als ze in 1745 nog leefde, als mede-erfgenaam genoemd had moeten worden. Tenzij iemand aan de hand van de praktijk op de Veluwe anders kan bewijzen.
Re: Doop Joanna Schrijver te Zwolle periode 1720-1730
GeplaatstCOLON 28 Sep 2026, 14:15
door Janny Lalkens
Hoe het op de Veluw was geregeld, weet ik niet. Maar de indruk is dat door de invoering van de representatie de regels van vererven wel royaler werden. Bijv. dat je van grootouders min of meer moest mee erven als je vader of moeder, kind van die grootouders, was overleden. Maar rond 1400 was het dus al normaal dat de broers en zussen van halve bedde mee erfden, gelijk op, met de kinderen van hele bedde. Dus de zijlijn.
Voor mij geldt altijd heel erg, dat hoe meer aktes/testamenten je in een bepaalde periode uit een bepaalde regio leest, een indruk geven van wat toen op dat moment daar gebruikelijk was.