Selhorst hoeven uit de tijd van Saksen en Franken?
Geplaatst: 27 mei 2011, 15:35
Momenteel ben ik een aantal jaren bezig met onderzoek naar de herkomst van de Selhorstenhoeves in Nederland die volgens mij uit de tijd van de Saksen en Franken stammen. Ik heb tot nu toe echter geen enkele literatuur kunnen vinden die eenduidig verteld waar de Selhorsten vandaan komen. Meerdere gemeenten die zich er mee bezig hebben gehouden omdat hun stad of dorp uit een Selhorst is ontstaan, komen niet verder dan te vermelden dat Selhorsten vroonhoeves waren en erg oud. Vandaar dat ik me tot de leden va nhet forum wend. Ik beschrijf hieronder eerst de theorie rond de woorden sel en horst, de door mij gevonden Selhorsten en hun bekende geschiedenis, een stuk theorie over de cavalerie van Karel de Grote en als laatste mijn theorie over het Frankisch gebruik van de Selhorsten tijdens het neerslaan van de Saksische opstanden. Ik sluit af met mijn vragen.
Wat we van de Selhorsten weten is dat ze voor 1000 na chr gesticht moeten zijn, gezien de gebruikte woorden en de vermeldingen in bestaande archieven. Een verklaring van de naam Selhorst volgens het oud Nederlands woordenboek (woorden gedateerd rond 600 na chr):
1. Horst, hurst, ohd. os. hurst 'kreupelhout', oe. hyrst, me. (ne.) hurst 'heuvel, bosschage'; in een jongere betekenis ook 'vogelnest'. Het gaat hier met name om de gevlechte afzetting. Een Oud Saksich woord wat in Nederland alleen in de plaatsverwijzing wordt gebruikt.
2. Sale, Salhjon, Sala (germaans): een selja, salaha, is een grote zaal, een eerste onderdeel van een germaanse basis (modern: zaal en salon). In Oost Nederland en West Duitsland wordt het woord Sele gebruikt in plaats van Sale.
3. Selehurstie (= oud Saksich voor Selhorst): combinatie van Sele en hurst, dus een zaal met een omheining.
Er is tegenwoordig een rooster aan Selhorsten te vinden van West-Duitsland tot midden Nederland, waarbij steeds de afstand 30 ? 60 kilometer is, afhankelijk van het terrein en rivierovergangen, maximaal op één dag reizen voor die tijd (1000 na Chr). De gebieden waar na het jaar 1200 nog Selhorsten gevonden zijn:
1. Overijssel: Raalte, Ypelo, Zwolle, Balkbrug, Groenlo, Losser, Oldenzaal en Noord Deurningen
2. Drente: Gees, Zuidwolde, Zwinderen
3. Gelderland: Zelhem, Harderwijk en Hoogland
4. Brabant: Tilburg
5. Duitsland: Ascheberg, Porta Westfalica, Kleve, Selhorst-Langenberg, Gross Hehlen, Bontkirchen, Munster, Dinklage en Coppenburg
6. Engeland: Selhurst
De Selhorsten komen voor het eerst voor in de bisschoppelijke archieven als de bisdommen worden gesticht en de wereldlijke macht krijgen (1000-1200). Ze werden vooral gebruikt om te verpachten en opbrengst te genereren. Als er in bepaalde gebieden kloosters worden gesticht krijgen deze vaak de aanwezige Selhorst gedoneerd. De kloosters verpachtten de Selhorsten vaak weer voor de opbrengst. Uiteindelijk worden de meeste bestaande Selhorsten rond 1600 door de kloosters verkocht aan boeren. Een aantal Selhorsten groeide na 1200 uit tot economische centra. Een goed voorbeeld hiervan zijn de Selhorst waaruit Harderwijk is ontstaan, Oldenzaal (olde Sala) en Zelhem (heim rond Sala). Sommige Selhorsten zijn verloren gegaan.
Wat we van de cavalerie van karel de Grote weten is dat deze gebruikt werd om opstanden neer te slaan in het door hem bezette gebied. In de periode van 770-810 heeft de Frankische Keizer tijdens de grote Saksenoorlogen de Saksen onderworpen. Uit deze tijd stammen verwijzingen naar bevoorradingstations van zijn cavalerie, die ook als machtsbasis golden. Deze stations lagen op maximaal één dag reizen uit elkaar en er bevonden zich verse paarden en voedsel. Ze maakten het de Keizer makkelijk de steeds in opstand komende Saksen keer op keer snel te bereiken en de opstand neer te slaan. Sasksiche (en soms Frankische) landheren kregen van karel de Grote de macht over een gebied. Deze landheren bewoonden dan ook de centrale stations en lieten een zaal in het midden bouwen (Sala of Sahljon) met daarin twee of drie vertrekken. Om de zaal was een verdedigingswal, gevlochten van palen met twijgen met daar weer omheen een gracht. De zaal bestond uit een enkele of dubbele rij ingegraven palen die de (rietgedekte-) dakconstructie droegen. De wanden bestonden uit met leem besmeerd vlechtwerk of houten planken die in een ondiepe greppel in de grond waren gezet.
Nu vermoed ik dat de Selhorsten in Nederland en Duitsland uit de tijd van de Saksen en Franken stammen, en dat het de bevoorradingsstations van karel de Grote waren. Het gebied van de Saksen komt overeen met het gebied van de Selhorsten, de gebruikte woorden sel en horst stammen uit die tijd. Ook het feit dat de Selhorsten in handen van de bisdommen komen als het Keizerrijk eindigt is een aanwijzing. Vermoedelijk zijn ze door het Keizerrijk aan de bisdommen overgedragen. Zoals al eerder gezegd kan ik mijn vermoeden noch door onderzoek noch door literatuur bevestigen. Alleen een op zich staand onderzoek naar de Duitse adellijke familie Von Selhorst (uit Selhorst Langenberg) geeft dezelfde verklaring.
Is iemand in zijn stamboomonderzoek de door mij beschreven uitleg van Selhorst tegengekomen? Zo ja in welke literatuur? Graag hoor ik natuurlijk ook meningen cq visies op dit onderwerp. Alvast dank!
ps: daar waar ik Selhorsten schrijf bedoel ik de hoeves, geen personen!
Wat we van de Selhorsten weten is dat ze voor 1000 na chr gesticht moeten zijn, gezien de gebruikte woorden en de vermeldingen in bestaande archieven. Een verklaring van de naam Selhorst volgens het oud Nederlands woordenboek (woorden gedateerd rond 600 na chr):
1. Horst, hurst, ohd. os. hurst 'kreupelhout', oe. hyrst, me. (ne.) hurst 'heuvel, bosschage'; in een jongere betekenis ook 'vogelnest'. Het gaat hier met name om de gevlechte afzetting. Een Oud Saksich woord wat in Nederland alleen in de plaatsverwijzing wordt gebruikt.
2. Sale, Salhjon, Sala (germaans): een selja, salaha, is een grote zaal, een eerste onderdeel van een germaanse basis (modern: zaal en salon). In Oost Nederland en West Duitsland wordt het woord Sele gebruikt in plaats van Sale.
3. Selehurstie (= oud Saksich voor Selhorst): combinatie van Sele en hurst, dus een zaal met een omheining.
Er is tegenwoordig een rooster aan Selhorsten te vinden van West-Duitsland tot midden Nederland, waarbij steeds de afstand 30 ? 60 kilometer is, afhankelijk van het terrein en rivierovergangen, maximaal op één dag reizen voor die tijd (1000 na Chr). De gebieden waar na het jaar 1200 nog Selhorsten gevonden zijn:
1. Overijssel: Raalte, Ypelo, Zwolle, Balkbrug, Groenlo, Losser, Oldenzaal en Noord Deurningen
2. Drente: Gees, Zuidwolde, Zwinderen
3. Gelderland: Zelhem, Harderwijk en Hoogland
4. Brabant: Tilburg
5. Duitsland: Ascheberg, Porta Westfalica, Kleve, Selhorst-Langenberg, Gross Hehlen, Bontkirchen, Munster, Dinklage en Coppenburg
6. Engeland: Selhurst
De Selhorsten komen voor het eerst voor in de bisschoppelijke archieven als de bisdommen worden gesticht en de wereldlijke macht krijgen (1000-1200). Ze werden vooral gebruikt om te verpachten en opbrengst te genereren. Als er in bepaalde gebieden kloosters worden gesticht krijgen deze vaak de aanwezige Selhorst gedoneerd. De kloosters verpachtten de Selhorsten vaak weer voor de opbrengst. Uiteindelijk worden de meeste bestaande Selhorsten rond 1600 door de kloosters verkocht aan boeren. Een aantal Selhorsten groeide na 1200 uit tot economische centra. Een goed voorbeeld hiervan zijn de Selhorst waaruit Harderwijk is ontstaan, Oldenzaal (olde Sala) en Zelhem (heim rond Sala). Sommige Selhorsten zijn verloren gegaan.
Wat we van de cavalerie van karel de Grote weten is dat deze gebruikt werd om opstanden neer te slaan in het door hem bezette gebied. In de periode van 770-810 heeft de Frankische Keizer tijdens de grote Saksenoorlogen de Saksen onderworpen. Uit deze tijd stammen verwijzingen naar bevoorradingstations van zijn cavalerie, die ook als machtsbasis golden. Deze stations lagen op maximaal één dag reizen uit elkaar en er bevonden zich verse paarden en voedsel. Ze maakten het de Keizer makkelijk de steeds in opstand komende Saksen keer op keer snel te bereiken en de opstand neer te slaan. Sasksiche (en soms Frankische) landheren kregen van karel de Grote de macht over een gebied. Deze landheren bewoonden dan ook de centrale stations en lieten een zaal in het midden bouwen (Sala of Sahljon) met daarin twee of drie vertrekken. Om de zaal was een verdedigingswal, gevlochten van palen met twijgen met daar weer omheen een gracht. De zaal bestond uit een enkele of dubbele rij ingegraven palen die de (rietgedekte-) dakconstructie droegen. De wanden bestonden uit met leem besmeerd vlechtwerk of houten planken die in een ondiepe greppel in de grond waren gezet.
Nu vermoed ik dat de Selhorsten in Nederland en Duitsland uit de tijd van de Saksen en Franken stammen, en dat het de bevoorradingsstations van karel de Grote waren. Het gebied van de Saksen komt overeen met het gebied van de Selhorsten, de gebruikte woorden sel en horst stammen uit die tijd. Ook het feit dat de Selhorsten in handen van de bisdommen komen als het Keizerrijk eindigt is een aanwijzing. Vermoedelijk zijn ze door het Keizerrijk aan de bisdommen overgedragen. Zoals al eerder gezegd kan ik mijn vermoeden noch door onderzoek noch door literatuur bevestigen. Alleen een op zich staand onderzoek naar de Duitse adellijke familie Von Selhorst (uit Selhorst Langenberg) geeft dezelfde verklaring.
Is iemand in zijn stamboomonderzoek de door mij beschreven uitleg van Selhorst tegengekomen? Zo ja in welke literatuur? Graag hoor ik natuurlijk ook meningen cq visies op dit onderwerp. Alvast dank!
ps: daar waar ik Selhorsten schrijf bedoel ik de hoeves, geen personen!