Hallo,
in 1731 wordt er een register van verturfde en ontveende landerijen aangelegd t.b.v. verponding; een soort belasting op verturfde landerijen. In HCO inv.nr. 2517bis is dit register van de verturfde landerijen te Vollenhove en Barsbeek te vinden en geeft inzicht welke personen actieve turfgravers waren.
Keesen Jans Post, met een verponding van f 8-0-2, is de grootste ontvener in dat jaar.
In dit register worden ook de landerij-namen genoemd en hun oppervlakte.
De oppervlakte maat is mij onduidelijk, er staat alleen maar "d:" . Is dit een afkorting voor dagmaat en wat voor oppervlakte is dat in de wereld van de turfgravers ? Is dat de oppervlakte, die 1 turfmaker in 1 seizoen kan ontvenen ?
Zijn er nog meer van dit soort registers bekend in de N.W.H. van Overijssel ?
Met vriendelijke groet,
albert de leeuw
Turfmakers in Vollenhove en Barsbeek
-
Janny Lalkens
- BerichtenCOLON 2852
- GeregistreerdCOLON 10 Jan 2006, 00:00
Hallo AlbertBij het
Hallo Albert
Bij het grasmaaien was een dagmaat een halve bunder, dus 5.000 vierkante meter, 50 are. Het lijkt me een behoorlijke klus om dat dan in 1 dag te moeten maaien met de hand. De Hannekenmaaiers werden per dagmaat betaald. Een dagmaat werd in het noorden ook wel daaimt, juk of roede genoemd. Daaimt is van het Friese woord deimet.
In delen van Groningen was de oppervlaktemaat juk ook wel bijna een hele hectare. Een span ossen, ook juk genoemd, ploegde dat in 1 dag.
Zou een dagmaat in het veen een oppervlakte kunnen zijn, die iemand in een dag kan bewerken?
Hartelijke groeten, Janny
Bij het grasmaaien was een dagmaat een halve bunder, dus 5.000 vierkante meter, 50 are. Het lijkt me een behoorlijke klus om dat dan in 1 dag te moeten maaien met de hand. De Hannekenmaaiers werden per dagmaat betaald. Een dagmaat werd in het noorden ook wel daaimt, juk of roede genoemd. Daaimt is van het Friese woord deimet.
In delen van Groningen was de oppervlaktemaat juk ook wel bijna een hele hectare. Een span ossen, ook juk genoemd, ploegde dat in 1 dag.
Zou een dagmaat in het veen een oppervlakte kunnen zijn, die iemand in een dag kan bewerken?
Hartelijke groeten, Janny
-
dzondervan
Hallo Albert,Dit vond ik nog
Hallo Albert,
Dit vond ik nog via google. Heb gezocht op "oude oppervlaktematen" Zie onderstaande link. Misschien heb je hier nog iets aan.
http://home.versatel.nl/colani/oude_maten.htm
Vriendelijke groet,
Dick Zondervan
Dit vond ik nog via google. Heb gezocht op "oude oppervlaktematen" Zie onderstaande link. Misschien heb je hier nog iets aan.
http://home.versatel.nl/colani/oude_maten.htm
Vriendelijke groet,
Dick Zondervan
-
Egbert Lantinga
Hallo Albert,Statenarchief
Hallo Albert,
Statenarchief (Toegang 3.1):
"Voorouders die zich bezighielden met de turfwinning in het Land van Vollenhove kunt u terugvinden in de registers van het roedengeld, 1732-1804 (inv.nrs. 2522-2539). In het Land van Vollenhove werden veel gronden, die op de verpondingskohieren voorkwamen, door turfwinning afgegraven. Hierdoor ontstonden grote waterplassen, waarover geen belasting viel te heffen. Daarom besloten Ridderschap en Steden in 1732 dat voor elke vierkante roede nieuw gemaakte turf een halve stuiver belasting betaald moest worden. De rekeningen bevatten per jaar gedetailleerde opgaven van wat door wie betaald is. Er zijn kohieren van IJsselham, Paaslo, schoutambt Steenwijk, schoutambt Vollenhove, schoutambt Wanneperveen en Dinxterveen en schoutambt Giethoorn. Deze registers zijn op microfiche ter inzage in de studiezaal van het Historisch Centrum Overijssel." Een jaar of twee geleden heb ik hier behoorlijk wat interessante informatie uit gehaald.
Daarnaast zijn er volgens de boekjes van Lute Brouwer ook nog registers van het zgn. mandengeld (uitvoerbelasting), maar hier heb ik nog niet naar gezocht.
Groet,
Egbert
[ 16. April 2009, 19:01: Bericht gewijzigd door: Egbert Lantinga ]
Statenarchief (Toegang 3.1):
"Voorouders die zich bezighielden met de turfwinning in het Land van Vollenhove kunt u terugvinden in de registers van het roedengeld, 1732-1804 (inv.nrs. 2522-2539). In het Land van Vollenhove werden veel gronden, die op de verpondingskohieren voorkwamen, door turfwinning afgegraven. Hierdoor ontstonden grote waterplassen, waarover geen belasting viel te heffen. Daarom besloten Ridderschap en Steden in 1732 dat voor elke vierkante roede nieuw gemaakte turf een halve stuiver belasting betaald moest worden. De rekeningen bevatten per jaar gedetailleerde opgaven van wat door wie betaald is. Er zijn kohieren van IJsselham, Paaslo, schoutambt Steenwijk, schoutambt Vollenhove, schoutambt Wanneperveen en Dinxterveen en schoutambt Giethoorn. Deze registers zijn op microfiche ter inzage in de studiezaal van het Historisch Centrum Overijssel." Een jaar of twee geleden heb ik hier behoorlijk wat interessante informatie uit gehaald.
Daarnaast zijn er volgens de boekjes van Lute Brouwer ook nog registers van het zgn. mandengeld (uitvoerbelasting), maar hier heb ik nog niet naar gezocht.
Groet,
Egbert
[ 16. April 2009, 19:01: Bericht gewijzigd door: Egbert Lantinga ]
-
Egbert Lantinga
Beste Albert,Misschien stond
Beste Albert,
Misschien stond net als in Drenthe de "d" voor "dagwerk", zo'n 11.000 turven. Ik heb jouw bron 3.1 2517bis nog nooit ingekeken. Heel misschien kom ik a.s. woensdag naar het HCO.
Groet,
Egbert
Misschien stond net als in Drenthe de "d" voor "dagwerk", zo'n 11.000 turven. Ik heb jouw bron 3.1 2517bis nog nooit ingekeken. Heel misschien kom ik a.s. woensdag naar het HCO.
Groet,
Egbert
-
Egbert Lantinga
TurfimpostBelasting op turf,
Turfimpost
Belasting op turf, sinds 1621 geheven op alle turf die uit de provincie werd gevoerd.
De turfschipper moest deze belasting zelf betalen. De impost werd geheven per last, die ca. twee dagwerken turf omvatte, oftewel het aantal turven dat één turfploeg per dag kon produceren. Een dagwerk turf was ongeveer negen ton of 10.000 turven. Vanaf 1621 was het tarief voor de impost een gulden voor een last zwarte turf en tien stuivers voor een last grauwe turf. Een praam in de 17e eeuw kon gemiddeld twee lasten vervoeren. De impost werd per jaar verpacht in Zwartsluis, Blokzijl en op de Oostermoersche Vaart (Hunze).
N.B. Turfploeg = 6 personen
Belasting op turf, sinds 1621 geheven op alle turf die uit de provincie werd gevoerd.
De turfschipper moest deze belasting zelf betalen. De impost werd geheven per last, die ca. twee dagwerken turf omvatte, oftewel het aantal turven dat één turfploeg per dag kon produceren. Een dagwerk turf was ongeveer negen ton of 10.000 turven. Vanaf 1621 was het tarief voor de impost een gulden voor een last zwarte turf en tien stuivers voor een last grauwe turf. Een praam in de 17e eeuw kon gemiddeld twee lasten vervoeren. De impost werd per jaar verpacht in Zwartsluis, Blokzijl en op de Oostermoersche Vaart (Hunze).
N.B. Turfploeg = 6 personen
