Doop Joanna Schrijver te Zwolle periode 1720-1730
-
Michiel van Heumen
- BerichtenCOLON 264
- GeregistreerdCOLON 26 Jan 2026, 18:51
Re: Doop Joanna Schrijver te Zwolle periode 1720-1730
Deze akte is opgemaakt na het overlijden van Evert Schrijver:
FS Oldebroek Rechterlijke registers 1666-1745
Idem scan 318 van 420
Compareerde voor mij Reinier Otto Schrassert verw. Richter van Oldebroeck en onderbenoemde gerichtsluiden Willemtjen Jans wed.we van Peter Schrijver, moeder en erfgenaam van Evert Schrijver zaliger, geassisteert met Hendrick Hermsen Vinke, die na de Lantrecht van Veluwe heeft verburgt het erf- en sterfhuis van voornoemde overledene, om te voldoen een redelijk testament, bewijsbare schulden en of iemand binnen jaar en dag kwam die nader of mede erfgenaam mocht zijn met de persoon vah Hendrick Hermsen Vinke, die present zijnde, die borgtocht aangenomen en zijn persoon en goederen verbonden heeft gelijk recht is..zijnde hiervan en over als gerichtsluiden Willem Vincke en Berent Dijck,in waarheid oorkonde heb ik verw. Richter deze getekend en met mijn cachet bekrachtigd op de 27e februari 1738 (onderstond) R.O. Schrassert verw.r Richter van Oldebroeck en was onder gecacheteert in rood lak.
Ajs Jannetje toen nog leefde, was ze minderjarig (nog geen 18 jaar). Maar niet in die akte vermeld.
Jannetje was toen nog geen 18 jaar, ergo onmondig. De vraag die ik onlangs aan een historicus en publicist op het gebied van lokale en regionale (Veluwse) geschiedenis heb gesteld, is of hieruit af te leiden is dat Jannetje in februari 1738 al overleden was; had ze met mombers in de akte als erfgename moeten compareren, of was ze geen partij in deze akte omdat ze onmondig was en kon haar moeder daarom alleen optreden en dus ook voor haar.
--antwoord van de historicus: ja, inderdaad moeder was de wettelijke vertegenwoordigster van haar onmundige kinderen. In deze akte verburcht zij het sterfhuis. Zou ze tot handelingen overgaan – bijvoorbeeld verkoop uit de boedel – dan moet dat met instemming van de mombers, tevens voorgelegd worden aan het gericht. Dus deze akte zegt niets of Jannetje nog leeft, zeker omdat Evert ongehuwd zijnde zijn goed nalaat aan de levende moeder en niet aan Jannetje, zijn zuster.
- Vraag is dus -als het in 1738 al niet duidelijk was- is Jannetje in 1745 (als de broers Jan en Pieter Schrijver voor de Kamer Amsterdam van de VOC verschijnen als erfgenamen rechthebbenden op de gage van hun broer Thomas Schrijver) overleden of hebben de halfbroers bedrog gepleegd..?
--antwoord van de historicus: klopt, blijft onduidelijk.
Hierbij de kanttekening dat Jan Schrijver vermoedelijk in de jaren 40 van de 18e eeuw in financieel zwaar weer verkeerde (zie eerder bericht).
Helaas vangen de begraafregisters van Oldebroek pas in 1780 aan, dus de vraag of deze Jannetje Schrijver, geboren 1721 in Oldebroek, identiek is met de Haagse Johanna Schrijver uit 1753, laat zich niet oplossen. Zelf vermoed ik van niet, maar uitsluiten kan ik het ook niet.
FS Oldebroek Rechterlijke registers 1666-1745
Idem scan 318 van 420
Compareerde voor mij Reinier Otto Schrassert verw. Richter van Oldebroeck en onderbenoemde gerichtsluiden Willemtjen Jans wed.we van Peter Schrijver, moeder en erfgenaam van Evert Schrijver zaliger, geassisteert met Hendrick Hermsen Vinke, die na de Lantrecht van Veluwe heeft verburgt het erf- en sterfhuis van voornoemde overledene, om te voldoen een redelijk testament, bewijsbare schulden en of iemand binnen jaar en dag kwam die nader of mede erfgenaam mocht zijn met de persoon vah Hendrick Hermsen Vinke, die present zijnde, die borgtocht aangenomen en zijn persoon en goederen verbonden heeft gelijk recht is..zijnde hiervan en over als gerichtsluiden Willem Vincke en Berent Dijck,in waarheid oorkonde heb ik verw. Richter deze getekend en met mijn cachet bekrachtigd op de 27e februari 1738 (onderstond) R.O. Schrassert verw.r Richter van Oldebroeck en was onder gecacheteert in rood lak.
Ajs Jannetje toen nog leefde, was ze minderjarig (nog geen 18 jaar). Maar niet in die akte vermeld.
Jannetje was toen nog geen 18 jaar, ergo onmondig. De vraag die ik onlangs aan een historicus en publicist op het gebied van lokale en regionale (Veluwse) geschiedenis heb gesteld, is of hieruit af te leiden is dat Jannetje in februari 1738 al overleden was; had ze met mombers in de akte als erfgename moeten compareren, of was ze geen partij in deze akte omdat ze onmondig was en kon haar moeder daarom alleen optreden en dus ook voor haar.
--antwoord van de historicus: ja, inderdaad moeder was de wettelijke vertegenwoordigster van haar onmundige kinderen. In deze akte verburcht zij het sterfhuis. Zou ze tot handelingen overgaan – bijvoorbeeld verkoop uit de boedel – dan moet dat met instemming van de mombers, tevens voorgelegd worden aan het gericht. Dus deze akte zegt niets of Jannetje nog leeft, zeker omdat Evert ongehuwd zijnde zijn goed nalaat aan de levende moeder en niet aan Jannetje, zijn zuster.
- Vraag is dus -als het in 1738 al niet duidelijk was- is Jannetje in 1745 (als de broers Jan en Pieter Schrijver voor de Kamer Amsterdam van de VOC verschijnen als erfgenamen rechthebbenden op de gage van hun broer Thomas Schrijver) overleden of hebben de halfbroers bedrog gepleegd..?
--antwoord van de historicus: klopt, blijft onduidelijk.
Hierbij de kanttekening dat Jan Schrijver vermoedelijk in de jaren 40 van de 18e eeuw in financieel zwaar weer verkeerde (zie eerder bericht).
Helaas vangen de begraafregisters van Oldebroek pas in 1780 aan, dus de vraag of deze Jannetje Schrijver, geboren 1721 in Oldebroek, identiek is met de Haagse Johanna Schrijver uit 1753, laat zich niet oplossen. Zelf vermoed ik van niet, maar uitsluiten kan ik het ook niet.
-
ria jongman
- BerichtenCOLON 3878
- GeregistreerdCOLON 14 Okt 2021, 19:30
Re: Doop Joanna Schrijver te Zwolle periode 1720-1730
Zo, klasse! Mooi gevonden.
Kan er nog iets te vinden zijn over Willemtjen Jans, als zij overlijdt. Oftewel een verborgstelling of hoe dat mag heten?
Want dat zal dan wel duidelijkheid geven, vermoed ik.
Kan er nog iets te vinden zijn over Willemtjen Jans, als zij overlijdt. Oftewel een verborgstelling of hoe dat mag heten?
Want dat zal dan wel duidelijkheid geven, vermoed ik.
-
Michiel van Heumen
- BerichtenCOLON 264
- GeregistreerdCOLON 26 Jan 2026, 18:51
Re: Doop Joanna Schrijver te Zwolle periode 1720-1730
De vermoedelijke verburging van het sterfhuis van Willemtjen Jans in Oldebroek gevonden, gezien het feit dat o.a. Jan Schrijver als burge optrad:
FS Oldebroek/Protocol van bezwaar bk. 58 1666-1745
Scan 396-397 Blad 376-377
Compareerde voor mij Hendrik Veltkamp als stadhouer van Oldebroeck en onderbenoemde Gerichtsluyden Jan Lipjes als Erffgenaem siende van zijn nigte zall=r Willemtjen Jans, en heeft nae den Landregte van Veluwen verburgt het Erff & sterffhuys van voorn. overledene, Om te voldoen een redelick Testament, bewijsselijcke schulden, En off ymand binnen Jaar en dagh quame die naeder off mede Erffgenaem vermoete te wesen die selve verburginge doende met de personen van Jan Schrijver en Gerrit Eymbertsen in desen Richter ampte wonende en geerfft die praesent wesende den burgtogt hebben aengenomen En haere personen en goederen verbonden hebben gelijck regtens is, des belooffden comparanten die selve Burgtogt deses … schadeloos te houden onder gelijck verband en submissie als nae regten; geschied bij gerichtsluyden Barend Dijck en Lubbert Lubbertsen en bij mij stadhouder geteeckent en gesegelt oop den 2de meert 1744
(onderstonde)
Hend: Veltkamp Stadhouder van Oldebroeck
En waer ter sijde gesegelt in rood lak.
Registrato den 2den Meert 1744.
Jan Lipjes (verbasterde naam?) heb ik in diverse databases niet kunnen vinden. Mocht dit inderdaad de weduwe van Pieter Schrijver betreffen -wat het geval is denk ik- dan kunnen we er m.i. wel van uitgaan dat haar dochter Jannetje al was overleden.
Nog een akte van Jan Schrijver in het al eerder vermelde protocol van bezwaar van Oldebroek gevonden, d,d. 17 augustus 1744. Het lijkt er inderdaad op dat het Jan niet voor de wind ging in de jaren 40:
FS Oldebroek/ Protocol van bezwaar bk. 58 1666-1745
Scan 403 van 420 Blad 383
Voor mij verwalter richter en gerichtsluyden onderbenoemt compareerden Jan Schrijver en Henrickjen van Cleef, egteluyden, de vrouw geassisteert met har man welcken bekenden tot securiteit van Henrick Veltkamp en Jan Coertsen, welcke op heden sig een voor all en yder als principaal tot burgen voor comparant hebben gesteld, wegens een praetensie van Mattijs van Romunde ad een hondert vier en negentigh gulden 13 stuyver 8 penningen in en vol verwin te geven, alle haere gerede goederen niets daervan exempt, alsoff die bij aenharinge incluys nae lantregte van Veluwen verwonnen waeren alsmede haar huys en hoff in desen richterampte kenlick staende en gelegen, en bij comparanten selffs thans bewoont werdende, om alle schade wegens voornoemde borgtogt daaraen te verhaelen ten allen tijden, mede en bij inssufficancie van het gerede te verhaelen, alsoff die bij de laeste ruyminge in en aenhering waeren verwonnen, alles onder submissie aen alle gerichten en renuntiatie van alle exceptien. Gedaen bij gerichtsluyden Jan Blaauw en Jan van Laar in desen richterampte geerfft.
T oirconde heb ik verwalter richter desen geteeckent [doorgehaald: doen] en met mijn cachet besegelt op den 17 augustus 1744.
Onderstonde R.O. Schrassert, verwalter richter van Oldebroeck en waer ondersegelt met root lak.
Den heer secretarisch B. Dijk int Oldebroeck word door dese versogt om de obligatie van ijn ondergeschreven, ten laste van Jan Schriever, ten prothocolle te royeren vermits ick daervan voldaen ben. Campen, den 9 february 1761.
M.v.Romunde.
In margine: Dese tegenstaande obligatie ten versoeken van M.v.Romunde gerojeert vermits bekent daarvan voldaan te sijn. Datum Oldebroeck den 23 February 1761. B. Dijk, secretaris vant Oldebroeck.
In deze akte stellen Jan Schrijver en Henrickjen van Cleef hun bezittingen als onderpand voor twee mannen (Henrick Veltkamp en Jan Coertsen) die voor hen garant staan bij een schuldeiser (Mattijs van Romunde). Onderaan staat de latere afhandeling, waarin de schuldeiser meldt dat hij zijn geld heeft gekregen.
De borgstelling (17 augustus 1744)
Ten overstaan van mij, de plaatsvervangend rechter (verwalter richter), en de hieronder genoemde rechtspersonen (gerichtsluyden), zijn verschenen: het echtpaar Jan Schrijver en Henrickjen van Cleef. De vrouw werd hierbij juridisch bijgestaan door haar echtgenoot.
Zij verklaarden dat Henrick Veltkamp en Jan Coertsen zich vandaag officieel, ieder voor het geheel (hoofdelijk), als garantstellers (borgen) voor hen hebben opgesteld. Dit betreft een openstaande schuld (pretentie) aan Mattijs van Romunde ter hoogte van 194 gulden, 13 stuivers en 8 penningen.
Om deze twee borgen absolute zekerheid te bieden tegen eventuele schade, geeft het echtpaar hen het volledige recht op al hun roerende goederen (gerede goederen), zonder enige uitzondering. Dit recht geldt alsof deze goederen al volgens de wet van het kwartier van Veluwe (het Veluws landrecht) door beslaglegging waren opgeëist. Daarnaast geven zij als onderpand hun huis en erf, gelegen in dit rechtsgebied (richterambt), dat momenteel door henzelf wordt bewoond.
Mochten de borgen schade lijden door hun garantstelling, dan mogen zij die schade op elk moment verhalen op dit huis en erf, of bij gebrek daaraan op de roerende goederen, alsof er al een definitief vonnis tot ontruiming en beslaglegging is uitgesproken. Het echtpaar onderwerpt zich hiertoe vrijwillig aan de uitspraak van elke rechtbank en doet afstand van alle juridische verweren (excepties).
Gedaan in aanwezigheid van de heren Jan Blaauw en Jan van Laar, beiden grondeigenaren (geërfden) binnen dit rechtsgebied en optredend als getuigen van de rechtbank.
De ondertekening
Als bewijs van echtheid heb ik, de plaatsvervangend rechter, deze akte ondertekend en voorzien van mijn persoonlijke lakzegel (cachet) op 17 augustus 1744.
Was ondertekend door: R.O. Schrassert, plaatsvervangend rechter van Oldebroek, en daaronder verzegeld met rood lak.
Het verzoek tot doorhaling (9 februari 1761)
De secretaris van Oldebroek, de heer B. Dijk, wordt hierbij vriendelijk verzocht om de schuldakte (obligatie) op naam van ondergetekende, ten laste van Jan Schrijver, in het rechtsprotocol door te strepen (royeren), aangezien ik hiervoor volledig ben betaald.
Kampen, 9 februari 1761.
Getekend: M. van Romunde.
De kanttekening in de marge (23 februari 1761)
In de kantlijn genoteerd: Deze tegenoverstaande schuldakte is op verzoek van M. van Romunde doorgehaald, aangezien hij heeft verklaard dat de schuld is voldaan.
Datum: Oldebroek, 23 februari 1761.
Getekend: B. Dijk, secretaris van Oldebroek.
FS Oldebroek/Protocol van bezwaar bk. 58 1666-1745
Scan 396-397 Blad 376-377
Compareerde voor mij Hendrik Veltkamp als stadhouer van Oldebroeck en onderbenoemde Gerichtsluyden Jan Lipjes als Erffgenaem siende van zijn nigte zall=r Willemtjen Jans, en heeft nae den Landregte van Veluwen verburgt het Erff & sterffhuys van voorn. overledene, Om te voldoen een redelick Testament, bewijsselijcke schulden, En off ymand binnen Jaar en dagh quame die naeder off mede Erffgenaem vermoete te wesen die selve verburginge doende met de personen van Jan Schrijver en Gerrit Eymbertsen in desen Richter ampte wonende en geerfft die praesent wesende den burgtogt hebben aengenomen En haere personen en goederen verbonden hebben gelijck regtens is, des belooffden comparanten die selve Burgtogt deses … schadeloos te houden onder gelijck verband en submissie als nae regten; geschied bij gerichtsluyden Barend Dijck en Lubbert Lubbertsen en bij mij stadhouder geteeckent en gesegelt oop den 2de meert 1744
(onderstonde)
Hend: Veltkamp Stadhouder van Oldebroeck
En waer ter sijde gesegelt in rood lak.
Registrato den 2den Meert 1744.
Jan Lipjes (verbasterde naam?) heb ik in diverse databases niet kunnen vinden. Mocht dit inderdaad de weduwe van Pieter Schrijver betreffen -wat het geval is denk ik- dan kunnen we er m.i. wel van uitgaan dat haar dochter Jannetje al was overleden.
Nog een akte van Jan Schrijver in het al eerder vermelde protocol van bezwaar van Oldebroek gevonden, d,d. 17 augustus 1744. Het lijkt er inderdaad op dat het Jan niet voor de wind ging in de jaren 40:
FS Oldebroek/ Protocol van bezwaar bk. 58 1666-1745
Scan 403 van 420 Blad 383
Voor mij verwalter richter en gerichtsluyden onderbenoemt compareerden Jan Schrijver en Henrickjen van Cleef, egteluyden, de vrouw geassisteert met har man welcken bekenden tot securiteit van Henrick Veltkamp en Jan Coertsen, welcke op heden sig een voor all en yder als principaal tot burgen voor comparant hebben gesteld, wegens een praetensie van Mattijs van Romunde ad een hondert vier en negentigh gulden 13 stuyver 8 penningen in en vol verwin te geven, alle haere gerede goederen niets daervan exempt, alsoff die bij aenharinge incluys nae lantregte van Veluwen verwonnen waeren alsmede haar huys en hoff in desen richterampte kenlick staende en gelegen, en bij comparanten selffs thans bewoont werdende, om alle schade wegens voornoemde borgtogt daaraen te verhaelen ten allen tijden, mede en bij inssufficancie van het gerede te verhaelen, alsoff die bij de laeste ruyminge in en aenhering waeren verwonnen, alles onder submissie aen alle gerichten en renuntiatie van alle exceptien. Gedaen bij gerichtsluyden Jan Blaauw en Jan van Laar in desen richterampte geerfft.
T oirconde heb ik verwalter richter desen geteeckent [doorgehaald: doen] en met mijn cachet besegelt op den 17 augustus 1744.
Onderstonde R.O. Schrassert, verwalter richter van Oldebroeck en waer ondersegelt met root lak.
Den heer secretarisch B. Dijk int Oldebroeck word door dese versogt om de obligatie van ijn ondergeschreven, ten laste van Jan Schriever, ten prothocolle te royeren vermits ick daervan voldaen ben. Campen, den 9 february 1761.
M.v.Romunde.
In margine: Dese tegenstaande obligatie ten versoeken van M.v.Romunde gerojeert vermits bekent daarvan voldaan te sijn. Datum Oldebroeck den 23 February 1761. B. Dijk, secretaris vant Oldebroeck.
In deze akte stellen Jan Schrijver en Henrickjen van Cleef hun bezittingen als onderpand voor twee mannen (Henrick Veltkamp en Jan Coertsen) die voor hen garant staan bij een schuldeiser (Mattijs van Romunde). Onderaan staat de latere afhandeling, waarin de schuldeiser meldt dat hij zijn geld heeft gekregen.
De borgstelling (17 augustus 1744)
Ten overstaan van mij, de plaatsvervangend rechter (verwalter richter), en de hieronder genoemde rechtspersonen (gerichtsluyden), zijn verschenen: het echtpaar Jan Schrijver en Henrickjen van Cleef. De vrouw werd hierbij juridisch bijgestaan door haar echtgenoot.
Zij verklaarden dat Henrick Veltkamp en Jan Coertsen zich vandaag officieel, ieder voor het geheel (hoofdelijk), als garantstellers (borgen) voor hen hebben opgesteld. Dit betreft een openstaande schuld (pretentie) aan Mattijs van Romunde ter hoogte van 194 gulden, 13 stuivers en 8 penningen.
Om deze twee borgen absolute zekerheid te bieden tegen eventuele schade, geeft het echtpaar hen het volledige recht op al hun roerende goederen (gerede goederen), zonder enige uitzondering. Dit recht geldt alsof deze goederen al volgens de wet van het kwartier van Veluwe (het Veluws landrecht) door beslaglegging waren opgeëist. Daarnaast geven zij als onderpand hun huis en erf, gelegen in dit rechtsgebied (richterambt), dat momenteel door henzelf wordt bewoond.
Mochten de borgen schade lijden door hun garantstelling, dan mogen zij die schade op elk moment verhalen op dit huis en erf, of bij gebrek daaraan op de roerende goederen, alsof er al een definitief vonnis tot ontruiming en beslaglegging is uitgesproken. Het echtpaar onderwerpt zich hiertoe vrijwillig aan de uitspraak van elke rechtbank en doet afstand van alle juridische verweren (excepties).
Gedaan in aanwezigheid van de heren Jan Blaauw en Jan van Laar, beiden grondeigenaren (geërfden) binnen dit rechtsgebied en optredend als getuigen van de rechtbank.
De ondertekening
Als bewijs van echtheid heb ik, de plaatsvervangend rechter, deze akte ondertekend en voorzien van mijn persoonlijke lakzegel (cachet) op 17 augustus 1744.
Was ondertekend door: R.O. Schrassert, plaatsvervangend rechter van Oldebroek, en daaronder verzegeld met rood lak.
Het verzoek tot doorhaling (9 februari 1761)
De secretaris van Oldebroek, de heer B. Dijk, wordt hierbij vriendelijk verzocht om de schuldakte (obligatie) op naam van ondergetekende, ten laste van Jan Schrijver, in het rechtsprotocol door te strepen (royeren), aangezien ik hiervoor volledig ben betaald.
Kampen, 9 februari 1761.
Getekend: M. van Romunde.
De kanttekening in de marge (23 februari 1761)
In de kantlijn genoteerd: Deze tegenoverstaande schuldakte is op verzoek van M. van Romunde doorgehaald, aangezien hij heeft verklaard dat de schuld is voldaan.
Datum: Oldebroek, 23 februari 1761.
Getekend: B. Dijk, secretaris van Oldebroek.
-
ria jongman
- BerichtenCOLON 3878
- GeregistreerdCOLON 14 Okt 2021, 19:30
Re: Doop Joanna Schrijver te Zwolle periode 1720-1730
Willemtjen is de nicht van Jan Lipjes en tevens erfgenaam? Wat vreemd.
Willemtjen x Peter Schrijver hebben kinderen dus waarom Jan Lipjes ook als erfgenaam?
Is er dan een testament ?
Wie is Gerrit Eijmberts? Gehuwd met Jannigje?
Willemtjen x Peter Schrijver hebben kinderen dus waarom Jan Lipjes ook als erfgenaam?
Is er dan een testament ?
Wie is Gerrit Eijmberts? Gehuwd met Jannigje?
-
ria jongman
- BerichtenCOLON 3878
- GeregistreerdCOLON 14 Okt 2021, 19:30
Re: Doop Joanna Schrijver te Zwolle periode 1720-1730
bericht 2
In Zwartsluis wordt een Jan Lipjes vermeld.
In Zwartsluis wordt een Jan Lipjes vermeld.
-
Michiel van Heumen
- BerichtenCOLON 264
- GeregistreerdCOLON 26 Jan 2026, 18:51
Re: Doop Joanna Schrijver te Zwolle periode 1720-1730
Willemtjen Jans had uit haar huwelijk met Pieter Schrijver (zijn tweede huwelijk) twee kinderen, Evert (1718) en Jannetje (1721).
Evert is eind 1737, begin 1738 ongehuwd overleden, bij de verburging van zijn sterfhuis was zijn moeder zijn erfgenaam.
Van Jannetje weten we niks, maar vermoedelijk was zij ook al overleden, zeker in 1744.
Pieter Schrijver was in 1737 of eerder overleden.
Dus waarom zou een neef geen erfgenaam van Willemtje Jans kunnen zijn?
Er leefden nog wel twee zonen uit het eerste huwelijk van Pieter Schrijver.
Wat is er bekend van Jan Lipjes?
Evert is eind 1737, begin 1738 ongehuwd overleden, bij de verburging van zijn sterfhuis was zijn moeder zijn erfgenaam.
Van Jannetje weten we niks, maar vermoedelijk was zij ook al overleden, zeker in 1744.
Pieter Schrijver was in 1737 of eerder overleden.
Dus waarom zou een neef geen erfgenaam van Willemtje Jans kunnen zijn?
Er leefden nog wel twee zonen uit het eerste huwelijk van Pieter Schrijver.
Wat is er bekend van Jan Lipjes?
-
ria jongman
- BerichtenCOLON 3878
- GeregistreerdCOLON 14 Okt 2021, 19:30
Re: Doop Joanna Schrijver te Zwolle periode 1720-1730
Een neef kan wel erfgenaam zijn maar dan via een testament.
Ik weet niets van die Jan Lipjes als alleen dat hij in Zwartsluis wordt genoemd [via mijn zoekfunctie]
Maar nu kan ik niets meer vinden in mijn gegevens.
Hoe dat nou mogelijk is ?
In jouw gegevens zit wel een Jan Lipij - kan de j dan ook een S zijn?
Ik weet niets van die Jan Lipjes als alleen dat hij in Zwartsluis wordt genoemd [via mijn zoekfunctie]
Maar nu kan ik niets meer vinden in mijn gegevens.
Hoe dat nou mogelijk is ?
In jouw gegevens zit wel een Jan Lipij - kan de j dan ook een S zijn?
-
Michiel van Heumen
- BerichtenCOLON 264
- GeregistreerdCOLON 26 Jan 2026, 18:51
Re: Doop Joanna Schrijver te Zwolle periode 1720-1730
Moet daar een testament aan te pas komen, als er niemand anders meer is ?
Je zette me wel op het spoor van de verburging van Willemtjen Jans, Ria !
Je zette me wel op het spoor van de verburging van Willemtjen Jans, Ria !
-
ria jongman
- BerichtenCOLON 3878
- GeregistreerdCOLON 14 Okt 2021, 19:30
Re: Doop Joanna Schrijver te Zwolle periode 1720-1730
Ik vond wel een Jan Lipjes in Dordrecht.
-
Michiel van Heumen
- BerichtenCOLON 264
- GeregistreerdCOLON 26 Jan 2026, 18:51
Re: Doop Joanna Schrijver te Zwolle periode 1720-1730
Misschien is Jan Lipke te Elburg bedoeld, geboren daar 1690 als zoon van Georg Lipke en Jannetje Jans, trouwt aldaar 1718 Aaltje Boswinkel en zou hertrouwen Heerde 1744 Maria van Emst. Kinderen in Elburg geboren, laatste kind gedoopt daar 1765.
Zie Geneanet: https://gw.geneanet.org/cranel?lang=nl&n=lipke&p=jan
Maar hoe hij dan een neef is van Willemtjen Jans ....
Zie Geneanet: https://gw.geneanet.org/cranel?lang=nl&n=lipke&p=jan
Maar hoe hij dan een neef is van Willemtjen Jans ....
